eeuwig en een week man en vrouw fietsen we door bossen die aaneenhangen van poëzie jouw woorden zouden hier een verademing zijn zegt hij langs de Chalet d'Amour waar de kamers geen kleerkasten hebben en een uur een eeuwigheid lijkt
vleugje thuis
daar komt ze aangerold met haar trolley houdt halt en maakt een foto van de boom van onze overburen zo zie je maar als je onderweg bent kijk je anders naar de dingen alles is het bezien waardig zelfs de boom van onze overburen die hier dag in dag uit staat en dan zie ik het zij is een Japanse en de kerselaar een onverhoeds vleugje thuis hier voor haar
stukje bij beetje
vanalles valt weg en neemt stukje bij beetje mee wie ik was
omheining
hitte in m'n hoofd muziekgolven van Souad Massi mijn voeten als leer gelooid m'n wangen als de Atlas geplooid rond m'n ogen zwarte Kohl de enige omheining ik ben m'n eigen reisbestemming
misschien toch nog
wat is dit voor een lap? zei iemand met naam de poëzie is ver zoek! dat is schoon dacht ik ik zal haar water geven en ermee praten zij zal mij vinden en dan wordt ze zin na zin misschien toch nog een boek
thuiskomen
het is voorbestemd dat elke avond weer de horizon geduldig wacht op het thuiskomen van zijn zon
in vorm
ik ben in vorm vanuit m'n ligzetel het schijfje citroen uit mijn mojito als een discus weggeworpen toch wel 2 meter ver en mijn schouder haast uit de kom
zij aan zij
vakantie we gaan de batterijen opladen zij aan zij zoals de twee fiches in een lader
inhaken
wanneer ik het niet begrijp sta ik daar verloren zonder grip op zoek naar de zin waar m'n vraagteken kan inhaken
zes
soms ben ik nog steeds zes dan schreeuw ik onhoorbaar veront-waardigd laat dat kind eens in haar waarde of fluister veron-gelijkt geef haar eens gelijk
