spijt

wanneer je
in de schaduw zit
van een berg spijt
zie je niet meer
wanneer de zon
voor je schijnt

verademing

eeuwig en een week
man en vrouw
fietsen we door bossen die
aaneenhangen van poëzie
jouw woorden zouden hier
een verademing zijn
zegt hij
langs de Chalet d'Amour
waar de kamers geen kleerkasten hebben
en een uur
een eeuwigheid lijkt

vleugje thuis

daar
komt ze aangerold
met haar trolley
houdt halt
en maakt een foto
van de boom van onze overburen
zo zie je maar
als je onderweg bent
kijk je anders naar de dingen
alles is het bezien waardig
zelfs de boom van onze overburen
die hier
dag in
dag uit
staat
en dan zie ik het
zij is een Japanse
en de kerselaar
een onverhoeds vleugje thuis
hier voor haar

omheining

hitte
in m'n hoofd
muziekgolven van
Souad Massi
mijn voeten
als leer gelooid
m'n wangen
als de Atlas geplooid
rond m'n ogen
zwarte Kohl
de enige omheining
ik ben
m'n eigen reisbestemming

misschien toch nog

wat is dit
voor een lap?
zei iemand met naam
de poëzie
is ver zoek!
dat is schoon
dacht ik
ik zal haar water geven
en ermee praten
zij zal mij vinden
en dan wordt ze
zin na zin
misschien toch nog
een boek

in vorm

ik ben in vorm
vanuit m'n ligzetel
het schijfje citroen
uit mijn mojito
als een discus weggeworpen
toch wel 2 meter ver
en mijn schouder
haast uit de kom

inhaken

wanneer ik het niet begrijp
sta ik daar verloren
zonder grip
op zoek naar de zin
waar m'n vraagteken
kan inhaken