in haar verhaal

twee vlechtjes
in het haar
een lange rok
en een jongen
zonder paard
ik ben een prinses
kroont ze zichzelf
in haar verhaal
slaat de klok
nooit twaalf

naar buiten zonder

meestal ga ik naar buiten
zonder
maar vandaag had ik het aan
als een oude vergeten trui
mijn lichaam

met wolligheid verleidt het
in geuren en kleuren
misleidt het
met verve verhullend
leidt het af
mijn zachte buitenwacht

kleine stukjes jou

door jou zo dicht
tegen me aan te voelen
begon de hartwarmte
in m'n magmakamer te gloeien
je deed me helemaal smelten

van m'n stoel afvloeiend
liggend aan je voeten
bleef ik stiekem stroperig
aan je kleven
kleine stukjes jou stelend

goed en wel

dat het
pijpenstelen giet
deert me niet
daar waar ik ben
is alles goed en wel
niemand hoeft
iets te veranderen
ik ben aan het woordwandelen

eindelijk voldaan

opgejaagd
duw ik de tijd
in wijzerzin 
weerspannig
voor me uit
in de hoop
jou eerder te zien
en eindelijk voldaan
in het moment
te kunnen stilstaan

als aan lava

ik lijk een berg
wanneer ik
cassante dingen zeg
scherp en hard
maak ik brokken
maar onzichtbaar
zijn de schokken
doordat alles raakt
aan een gevoelige laag
als aan lava
in een vulkaan

voor hem

er zijn lichte
en zware kussen
zware kussen
dragen alles
wat je niet zeggen kan
voor hem 
kocht ik een kaart
met vele kussen op
ze ligt al weken
loodzwaar
op de bodem van m'n tas

tot ik je zie

ik wacht je op
terwijl je er al bent
na al die tijd
voel je nabij
en toch onbekend
tot ik je zie
warm ik me
aan m'n koffie