niet meer

hand in hand
duikt ze mee
naar de bodem
van je zee
een medemens

haar ogen
blijven de jouwe volgen
doorheen de golven
mededogen

niet meer
niet minder
dan een beminnende vriendin
een zeemeemin

in de war

ik kan een konijn
horen slapen
maar van jouw lieve woorden
kunnen mijn trilharen
helemaal in de war geraken

niet thuis

buitenshuis
ben ik niet thuis
en hou ik alles graag
buitenshuids

maandrang

sinds je me zag
slaat je oogopslag
elke keer weer
m'n hart uit het lood
voorbij de zwaartekracht
gewichtloos door de atmosfeer

als een boemerang
op volle koers in z'n baan
klopt het zich
met een onstuitbare drang
een weg naar de maan

een ogenblik
zo lang als de missie 
van Apollo 13
staar ik je verloren aan
en droom dat we samen
m'n hart achterna gaan

huis te koop

de zakken in mijn broeken
zijn als dagboeken
wat ik doe of waar ik ga
schrijf ik op briefjes
die ik er achterlaat

m'n zachtste winterbroek
droeg ik in maart ook
tijdens een bezoek
aan een huis te koop

toen ik dat briefje
onlangs terugvond
kon ik nauwelijks geloven
dat jij intussen bent aangekomen
op de plek waar je enkel
van durfde te dromen

voor het eerst

terwijl we daar zaten
voor het eerst
de zwijgzame tijd
tussen ons
dichtpraatten

onze ogen
zacht zoenend
zich verzoenend
tot ze traanden

omknelden m'n handen
de huid strak gespannen
m'n stoel bij de randen
als lederen banden

smekend mij
te blijven dragen
in dit ene moment
waarin wij
geen einde kent