vallen

nooit gedacht
maar mijn liefde
heeft ballen
ze laat je
nooit vallen
in de gespreide armen
van de zwaartekracht

de avond

vijf keer prikken
vier minuten microgolf
twintig keer slikken
buikje vol
de heerlijke rest
van de avond
lezen onder de wol

niet mee

bomen in de knop
duiven roepen luid
maar ik wil niet op
nee, ik wil er niet uit
vandaag wil ik even
niet mee met het leven
m'n wekker protesteert
en weet niet meer
waar ik ben gebleven
nee, voor even
trek ik er mooi
de stekker uit

waar we elk wonen

ooit leefden we
samen in een huis
nadien maakte ik
van de stad
waar we elk wonen
onze thuis
kamers werden straten
waar we nu graag bijpraten

positieduizeligheid

een half leven geleden
heb ik dankzij haar
mezelf voor 't eerst begrepen
bestond zij wel echt
ik wilde het niet weten
haar eigenlijk enkel lezen
tot ik gisteren haar zo nabij
vanop m'n plek op de eerste rij
volledig ondersteboven
door positieduizeligheid
heb durven vragen
blijf alstublieft schrijven
tot het einde van mijn tijd