overgang

tussen
het einde
van het vorige
en het begin
van de rest
vernis ik ijverig
de overloop
overgang
waar voor even
enkel ik
over mag
scheiding in matglans
tussen
vóór
en
na
spieren in een kramp
m’n gedachten
de vrije loop

opzij opzij opzij

ik heb tijd
zeg je
maar wat
als ik er plots niet meer ben
als m’n woorden verdwijnen
door Alzheimer of afasie
of als de planeet Melancholia
die vervaarlijk aan de horizon rijst
met de aarde botst
opzij opzij opzij
maak plaats maak plaats maak plaats
ik heb een ongelooflijke haast

Koningin Maria Hendrikaplein

als mieren
friemelen we
over het 
Koningin Maria Hendrikaplein
snijden elkaar
de pas af
kijken op
noch om
bedrijvig
door elkaar
gericht
op een hoger doel
voeden we elk
een grote gedachte 
ieder 
z’n koningin

ga

ga
waar je heen wil
afstand is niets
als je bent
waar je zijn wil 
jouw geluk
is het mijne
mijn hart
stelt zich zo groot op
dat m’n maag
ineenkrimpt