tussen het einde van het vorige en het begin van de rest vernis ik ijverig de overloop overgang waar voor even enkel ik over mag scheiding in matglans tussen vóór en na spieren in een kramp m’n gedachten de vrije loop
opzij opzij opzij
ik heb tijd zeg je maar wat als ik er plots niet meer ben als m’n woorden verdwijnen door Alzheimer of afasie of als de planeet Melancholia die vervaarlijk aan de horizon rijst met de aarde botst opzij opzij opzij maak plaats maak plaats maak plaats ik heb een ongelooflijke haast
Koningin Maria Hendrikaplein
als mieren friemelen we over het Koningin Maria Hendrikaplein snijden elkaar de pas af kijken op noch om bedrijvig door elkaar gericht op een hoger doel voeden we elk een grote gedachte ieder z’n koningin
ga
ga waar je heen wil afstand is niets als je bent waar je zijn wil jouw geluk is het mijne mijn hart stelt zich zo groot op dat m’n maag ineenkrimpt
