wanneer ik dagen in huis heb gesleten de trap op en neer mijn woon-werk verkeer mezelf dan uiteindelijk onwennig en schuw die drempel over duw blijf ik in het deurgat staan en zie mezelf aarzelend gaan een acteur zonder script knipperend tegen zonlicht
bij het begin
entelechie Grieks voor het doel in zich dragend wat al bij het begin tot wasdom kan komen zoals de vlinder in de rups of de missie in de mens als hij niet zo dom was zich door z’n streven naar intelligentie te laten afleiden
haar ogen
haar zachte blik mee met mij mild met mij mee haar ogen mededogen
zeggen ze
soms ben ik te zeggen ze en voel ik me eenzaam dan zeg je ik hou van je en zijn we tezamen
geschreven en gedrukt
geluk is samen een film opnemen en groot op het tv-scherm geschreven en gedrukt mogen lezen dat we geen conflicten hebben
wat niet van haar is
daar gaat ze in de verte en verdwijnt achter het begin van wat niet eindigt ze wuift weg wat niet van haar is verlicht kijkt ze uit naar zonder gemis
niet hier
ik denk dus ik ben niet hier
dan toch
ik begin mezelf te passen
als op mijn vraag
de sneeuw bedekt laag na laag geur en kleur als op mijn vraag dempt ze traag elk geluid zacht neuriënd lokken de vlokken dwarrelend op hun wiegelied en spreiden een bed van watte voor me uit
smal denken
soms schuil ik in kieren en spleten en hoop ik dat smal denken zal helpen tegen grote golven van breed voelen die overspoelen
