wanneer de armen van de nacht me lossen word ik het plafondmeisje dan kijk ik zwart voor me uit en wacht op de man met het zand die in m'n hoofd alles dempt geruis en gefluit
tot ik ze zie
er zijn geen uren ik moet de deur niet uit bij 't ontbijt blijf ik turen tot ik ze zie de wolken in m'n koffie
spijt
wanneer je in de schaduw zit van een berg spijt zie je niet meer wanneer de zon voor je schijnt
verademing
eeuwig en een week man en vrouw fietsen we door bossen die aaneenhangen van poëzie jouw woorden zouden hier een verademing zijn zegt hij langs de Chalet d'Amour waar de kamers geen kleerkasten hebben en een uur een eeuwigheid lijkt
stukje bij beetje
vanalles valt weg en neemt stukje bij beetje mee wie ik was
thuiskomen
het is voorbestemd dat elke avond weer de horizon geduldig wacht op het thuiskomen van zijn zon
in vorm
ik ben in vorm vanuit m'n ligzetel het schijfje citroen uit mijn mojito als een discus weggeworpen toch wel 2 meter ver en mijn schouder haast uit de kom
volmaakt
autopoiese ieder moment lost een virus op en ontstaan vanzelf nieuwe complete virusdeeltjes zelfpoëzie ieder moment vallen we uiteen en herscheppen onszelf volmaakt in een nieuw verhaal
moederschoot
nooit beseft dat m'n oude huis me bescherming biedt als een veilige moederschoot zo wordt dweilen als het wassen van haar zachte grijze haren
de rest
wat is geluk? iedereen op de Mount Everest for ever happy en indien niet voor altijd wat dan met de rest?
