spijt

wanneer je
in de schaduw zit
van een berg spijt
zie je niet meer
wanneer de zon
voor je schijnt

verademing

eeuwig en een week
man en vrouw
fietsen we door bossen die
aaneenhangen van poëzie
jouw woorden zouden hier
een verademing zijn
zegt hij
langs de Chalet d'Amour
waar de kamers geen kleerkasten hebben
en een uur
een eeuwigheid lijkt

in vorm

ik ben in vorm
vanuit m'n ligzetel
het schijfje citroen
uit mijn mojito
als een discus weggeworpen
toch wel 2 meter ver
en mijn schouder
haast uit de kom

volmaakt

autopoiese
ieder moment
lost een virus op
en ontstaan vanzelf
nieuwe complete virusdeeltjes

zelfpoëzie
ieder moment
vallen we uiteen
en herscheppen onszelf
volmaakt in een nieuw verhaal

moederschoot

nooit beseft
dat m'n oude huis
me bescherming biedt
als een veilige moederschoot
zo wordt dweilen
als het wassen
van haar zachte grijze haren

de rest

wat is geluk?
iedereen op de
Mount Everest
for ever
happy
en indien niet
voor altijd
wat dan met de
rest?

nog niet iets

als de slaap
me verlaat
ben ik voor
één ogenblik
nog niet iets
maar wel alles
in de kiem
tot ik uit deze
nevelsluier slier
en in m'n leven stap
als in m'n kleren

liggend

geen workout
of kilometerteller
voor mij
liggend
mag ik eindelijk
de wereld afreizen
ik ben een woudloper
op zoek naar sporen
van mezelf
in de woorden
van een ander
een woordenwoudloper