hij komt en gaat steeds weer opnieuw zegt hij tot ziens toch vat ik enkel de slaap als hij z'n jas bij me achterlaat
in haar verhaal
twee vlechtjes in het haar een lange rok en een jongen zonder paard ik ben een prinses kroont ze zichzelf in haar verhaal slaat de klok nooit twaalf
kleine stukjes jou
door jou zo dicht tegen me aan te voelen begon de hartwarmte in m'n magmakamer te gloeien je deed me helemaal smelten van m'n stoel afvloeiend liggend aan je voeten bleef ik stiekem stroperig aan je kleven kleine stukjes jou stelend
eindelijk voldaan
opgejaagd duw ik de tijd in wijzerzin weerspannig voor me uit in de hoop jou eerder te zien en eindelijk voldaan in het moment te kunnen stilstaan
als aan lava
ik lijk een berg wanneer ik cassante dingen zeg scherp en hard maak ik brokken maar onzichtbaar zijn de schokken doordat alles raakt aan een gevoelige laag als aan lava in een vulkaan
voor hem
er zijn lichte en zware kussen zware kussen dragen alles wat je niet zeggen kan voor hem kocht ik een kaart met vele kussen op ze ligt al weken loodzwaar op de bodem van m'n tas
tot ik je zie
ik wacht je op terwijl je er al bent na al die tijd voel je nabij en toch onbekend tot ik je zie warm ik me aan m'n koffie
van geluk
ik wist niet dat ik dat kon maar als jouw hartje springt van geluk doet het mijne de hinkstapsprong
zoete lade
wij vechten nooit in de zoete lade jij krijgt de noten ik de chocolade
klein
om jou te ontmoeten in je krimpende wereld maak ik me zo klein dat ik door het kattenluikje pas
