terwijl ik wacht tot het weer bijtrekt oefen ik de bijtrekpas
toren
met een achtergelaten strandschepje in de hand bouw ik jou met woorden als dat ik van je hou een toren zonder zand
een zee
kom, grasduin met mij dan hebben we een zee van tijd
H2O
men zegt voor ieders welzijn na regen komt zonneschijn na tranen een lach maar het is water dat zuurstof bevat
wees niet bang
als ik kon strekte ik me languit als een gazon ik reikte op m'n rug met armen en benen naar de horizon als een mossig net van oost naar west wees niet bang tijdens je koorddans zacht als een grasmat zorg ik ervoor dat ik je vang
vroeger
vroeger was ik wakker nu ben ik moeder
voor even
en dan zitten we hier in het oude strandhuis we drinken bier en eten kibbelingen we hebben vandaag en we dromen van morgen voor even vergeten, al onze kibbeldingen
huidzucht
zonder elkaar raakte ik verslaafd aan de herinnering van voldaan gelaafd aan het zout en de zon in je halskuiltje warm en gelaagd nu het weer kan speur ik vergeefs naar het zilte pad in je tuin ik weet niet meer hoe het moet en doe me laveloos tegoed aan elke vezel van m'n faalmoed
gewoon
kunnen we niet gewoon iemand in nood uitnodigen
als ik jou zie
ik weet niet hoe met één hand klappen klinkt maar ik weet dat als ik jou zie mijn hart zingt
