door generaties
van soorten kou
draagt elke vrouw
van bij haar begin
een besef van rouw
en toch
ik naaide
mouwen en pijpen
dicht
en toch
kroop het
in m'n kleren
nooit altijd
het is
nooit
altijd
ijl
als jij me aankijkt
wordt m'n hoofd ijl
als de luchtbel
in een waterpaslibel
die aan ademnood lijdt
en langzaam
uit haar midden wegglijdt
terloops
vertel me niets
terloops
ik wil bij alles
stilstaan
in de luren
dit jaar blijft
maar duren
en legt me
voortdurend
in de luren
het is precies
een spel
ik vind de uitgang
nog wel
zee
voel je nooit
tussen twee vuren
ik ben zee
erg diep
als je iets
wil uitdrukken
moet je erg diep
inademen
onze kaarsen
bij elk verlies
schreien onze kaarsen
hete tranen van verdriet
het leven
het leven
is geen
roze maneschijn
