haar fiets

haar kinderfiets
verbonden 
aan de mijne
mother and child
navelstreng met nummerslot

haar damesfiets
leunend
tegen de mijne
mother and child
elk een slot
zij 
wil kunnen vertrekken
te allen tijde

haar fiets
uit het zicht
de mijne 
roest
mother and child
ze komt terug
zegt ze
ik droom haar al thuis

voor altijd

ik ben al oud
en jij ouder
jij bent alleen
tot we mekaar zien
en ik zo graag
zen zou zijn
niet gevoelig
voor de knoppen
waar we op drukken
want 
wat als je er
niet meer bent
wat als er
niets meer is
maar het lukt me niet
voor altijd
ouder 
en kind

zichtbaar

op het strand
de voeten in een put
kijken ze elkaar aan
zij
grijze haren
hij
gekromde rug
geen kleinkinderen
die afleiden
volstaan ze voor elkaar
het meisje en
de jongen van twintig
nog steeds 
zichtbaar

tot vanavond, schat

eerste les
gezinswetenschappen
in media res
met Manu Keirse
recht naar het hart
over te vroeg sterven
en te lang leven
zonder leven
hoe hij
deelgenoot van de dood
voorbestemd
in de Diepstraat
afdaalde
naar de diepe waarde
van er zijn
want het leven
heb je niet in pacht
voor de belofte 
“Tot vanavond, schat”
staat niemand garant
Manu leidt ons
niet militari
maar met zachte hand
naar echt samenzijn
hier en nu
later begint vandaag

onversneden geluk

zomer
buiken 
van Michelinbandjes
en bovenarmen
die een eigen leven leiden
als we de weg wijzen
toch
onversneden geluk
sinds we de foto’s
bijsnijden

meer dan gisteren

ik krijg applaus
van mijn stappenteller
hij zegt me
dat ik goed bezig ben
vandaag
meer dan gisteren
en minder dan morgen
wat een vooruitgang
in de liefde
krijg je dit in goud
nochtans zei ik
ik hou van jou 
enkel toen ik
stil stond

in de zetel

momenten
in de zetel
vader en dochter
nabij
door de gedeelde fascinatie
voor een blik op de wereld
van Down the road tot
het ontstaan van jazz
bieden ze elkaar
voorzichtig inkijk
hij
in zijn angst voor
het einde,
in groot en klein
verlies
zij in haar zoektocht naar
de zin,
in grote en kleine
overwinningen
verenigd zonder winstoogmerk
weten ze niet
hoeveel er nog resten
momenten
in de zetel
vader en dochter

de bank

vroeger
was je elke dag op weg
naar de stad van de Bank
vastberaden en beslist
vandaag
ben je zo vaak je kan op weg
naar de plek van je bank
aarzelend en zacht
zij was het
die dit geschenk voor je bedacht
de bank staat alleen
midden in de velden
en nodigt uit
om onderweg in rust
mekaar te verkennen
de plek
heb je speciaal uitgezocht
je gaf haar je naam
het einde van jouw tocht
op weg ernaartoe
hou je halt
bij wie je bent geweest
en wat het leven je bracht
kleine zorgen
en vaak ook feest
en dan zie je haar zitten
zij die niet alleen nu
toegewijd op je wacht
bewonderend zeg je
het leven gaf haar kracht
stap voor stap
beweeg je je dichter
naar haar toe want
de weg gaat verder

lankmoedig

de natuur
is lankmoedig
vol geduld en gewillig
om mij te laten leven
lang en moedig
nadat ik geen leven meer kan geven
opdat ik jou
over het leven
zou vertellen

soesje

tijd
moet ik nemen
om m’n zinnen
van alledag
helder
te formuleren
en als het niet lukt
me uit te drukken
zoals slagroom
uit een spuitzak
in een soesje
licht en luchtig
dan mijn snedige toon
temmen
die jou
de mond snoert
uit woede
me niet begrepen 
te voelen 
voor eeuwig en al-
 tijd