ik zet veel stappen die niet tellen voor mijn stappenteller
twee cent
het zijn tulpen in een vaas die ik benijd hooguit twee cent aan hun voeten houdt hen overeind
wees niet bang
als ik kon strekte ik me languit als een gazon ik reikte op m'n rug met armen en benen naar de horizon als een mossig net van oost naar west wees niet bang tijdens je koorddans zacht als een grasmat zorg ik ervoor dat ik je vang
vroeger
vroeger was ik wakker nu ben ik moeder
plooien
terwijl ik alles had glad gestreken bracht het stof dat neerstreek plooien in m'n gedachten
tranen
we regenen pijpenstelen onze kinderen worden nat tranen biggelen over de ramen raken ze nog opgelapt
lente
zon lucht en liefde laten jou openbloemen
het kleine
kom, mijn kind ik neem je mee hoog boven de wolken met zicht op een kleurrijk lappendeken en de zee want alles en iedereen lijkt dan volmaakt tevree toe, mijn kind neem het maar mee voor altijd in je gedachten dit tableau van peis en vree zodat het kleine daar beneden jou het grootse nooit kan afleren
steeds weer opnieuw
hij komt en gaat steeds weer opnieuw zegt hij tot ziens toch vat ik enkel de slaap als hij z'n jas bij me achterlaat
in haar verhaal
twee vlechtjes in het haar een lange rok en een jongen zonder paard ik ben een prinses kroont ze zichzelf in haar verhaal slaat de klok nooit twaalf
