vroeger was ik wakker nu ben ik moeder
plooien
terwijl ik alles had glad gestreken bracht het stof dat neerstreek plooien in m'n gedachten
tranen
we regenen pijpenstelen onze kinderen worden nat tranen biggelen over de ramen raken ze nog opgelapt
lente
zon lucht en liefde laten jou openbloemen
het kleine
kom, mijn kind ik neem je mee hoog boven de wolken met zicht op een kleurrijk lappendeken en de zee want alles en iedereen lijkt dan volmaakt tevree toe, mijn kind neem het maar mee voor altijd in je gedachten dit tableau van peis en vree zodat het kleine daar beneden jou het grootse nooit kan afleren
steeds weer opnieuw
hij komt en gaat steeds weer opnieuw zegt hij tot ziens toch vat ik enkel de slaap als hij z'n jas bij me achterlaat
in haar verhaal
twee vlechtjes in het haar een lange rok en een jongen zonder paard ik ben een prinses kroont ze zichzelf in haar verhaal slaat de klok nooit twaalf
kleine stukjes jou
door jou zo dicht tegen me aan te voelen begon de hartwarmte in m'n magmakamer te gloeien je deed me helemaal smelten van m'n stoel afvloeiend liggend aan je voeten bleef ik stiekem stroperig aan je kleven kleine stukjes jou stelend
tot ik je zie
ik wacht je op terwijl je er al bent na al die tijd voel je nabij en toch onbekend tot ik je zie warm ik me aan m'n koffie
van geluk
ik wist niet dat ik dat kon maar als jouw hartje springt van geluk doet het mijne de hinkstapsprong
