twee cent

het zijn tulpen
in een vaas
die ik benijd
hooguit twee cent
aan hun voeten
houdt hen overeind

wees niet bang

als ik kon
strekte ik me languit
als een gazon
ik reikte op m'n rug
met armen en benen
naar de horizon
als een mossig net
van oost naar west
wees niet bang
tijdens je koorddans
zacht
als een grasmat
zorg ik ervoor
dat ik je vang

plooien

terwijl ik alles
had glad gestreken
bracht het stof
dat neerstreek
plooien in m'n gedachten

tranen

we regenen
pijpenstelen
onze kinderen
worden nat
tranen biggelen
over de ramen
raken ze nog
opgelapt

het kleine

kom, mijn kind
ik neem je mee
hoog boven de wolken
met zicht op een kleurrijk
lappendeken en de zee
want alles en iedereen
lijkt dan volmaakt tevree

toe, mijn kind
neem het maar mee
voor altijd in je gedachten
dit tableau van peis en vree
zodat het kleine daar beneden
jou het grootse nooit kan afleren

in haar verhaal

twee vlechtjes
in het haar
een lange rok
en een jongen
zonder paard
ik ben een prinses
kroont ze zichzelf
in haar verhaal
slaat de klok
nooit twaalf