op de bodem

er is niets
dat ik
op de bodem
van de zee zoek
in de stilte
van m'n oordoppen
hou ik m'n adem in
en duik liever
met m'n neus
in een diepgaand boek

later

wanneer je vastzit
denk dan aan later
niets blijft zoals het is
zelfs een steen verandert
door de stralen van de zon
of de golven van water

voortgejaagd

waarom

vergeet ik
wie ik ben

niet de schelp
door de stroming
tollend onderweg

niet het blad
door de wind
voortgejaagd
over het pad

maar de zee
ondanks eb en vloed
en de boom
geworteld
in elk seizoen

tot rust

kom, lig maar
bovenop mij
als een zeester
wijzend naar
alle windstreken
dan kom ik
helemaal tot rust
en hoef ik geen
verzwaringsdeken

toren

met een achtergelaten
strandschepje
in de hand
bouw ik jou
met woorden als
dat
ik
van
je
hou
een toren
zonder zand

een zee

kom, grasduin
met mij
dan hebben we
een zee van tijd

voor even

en dan zitten we hier
in het oude strandhuis
we drinken bier
en eten kibbelingen
we hebben vandaag
en we dromen van morgen
voor even vergeten,
al onze kibbeldingen