tot rust

kom, lig maar
bovenop mij
als een zeester
wijzend naar
alle windstreken
dan kom ik
helemaal tot rust
en hoef ik geen
verzwaringsdeken

toren

met een achtergelaten
strandschepje
in de hand
bouw ik jou
met woorden als
dat
ik
van
je
hou
een toren
zonder zand

een zee

kom, grasduin
met mij
dan hebben we
een zee van tijd

voor even

en dan zitten we hier
in het oude strandhuis
we drinken bier
en eten kibbelingen
we hebben vandaag
en we dromen van morgen
voor even vergeten,
al onze kibbeldingen

huidzucht

zonder elkaar
raakte ik verslaafd
aan de herinnering
van voldaan gelaafd
aan het zout en de zon
in je halskuiltje
warm en gelaagd

nu het weer kan
speur ik vergeefs
naar het zilte pad
in je tuin
ik weet niet meer
hoe het moet
en doe me
laveloos tegoed
aan elke vezel
van m'n faalmoed

het kleine

kom, mijn kind
ik neem je mee
hoog boven de wolken
met zicht op een kleurrijk
lappendeken en de zee
want alles en iedereen
lijkt dan volmaakt tevree

toe, mijn kind
neem het maar mee
voor altijd in je gedachten
dit tableau van peis en vree
zodat het kleine daar beneden
jou het grootse nooit kan afleren

smal denken

soms schuil ik
in kieren en spleten
en hoop ik dat
smal denken
zal helpen tegen
grote golven van
breed voelen
die overspoelen

dan zal ik misschien

ik draai je
in m'n mond
om en om
en denk
aan het verleden
toen ik heb gemeden
je uit te spreken
zoals een oester
haar parel koestert
draai ik je
in m'n mond
om en om
en denk
aan morgen
dan zal ik misschien
en zo blijf jij
in m'n stilte
verborgen
liefste zoetemien

half

een visser
ving in zijn net
een nixe
een vrouwelijke, halfmenselijke vis
half
trok ze hem
half
zonk hij weg
gevangen in zijn net
vermocht ze
nochtans niks
toch werd hij
niet meer gezien