ik dans

de lichten gedoofd
de muziek luid
zweet parelt
op m'n huid
ik dans
en paradeer
het publiek stuwt me
over en weer
ik schreeuw vanbinnen
Say my name
wat een fame
mijn optreden
met Florence
en haar machine
is net echt
naast m'n aanrecht

licht

de woonboot
voor herstel gehuld
in een doorschijnend zeil
op een nachtelijke Leie
gloeit als een glimworm
de klassieke muziek
neemt me mee
weg van een karwei
van alledag
naar hoe het ook zijn kan
licht zonder festival

ze lachte

eer zij kwam
passeerden er velen gedwee
ik op de bank van rimpels
zij jeugdig op haar fiets
ze lachte
en ik verrast terug
ze klaarde niet alleen
de mist in m'n blik
ze nam zelfs
de wolken mee

twee hoog

vandaag 
is het de straat
die ons scheidt
twee hoog turen we
door onze vensters
bij elkaar binnen
in m’n dromen
spannen we een koord
en dansen om de beurt
alsof we elkaar
voor ’t eerst beminnen

staren

wat sta je
naar de hemel
te staren
ik ben de ster
die voor je valt

hoop

wanneer
een berg zorgen
het uitzicht op
hoop
verbergt
bedenk dan
dat wanhoop steeds
hoop
herbergt

buiten

als het deksel
wordt opgelicht
de lading
ontdekt
en je je kan
uiten
buiten
de zwaarte
verlichten met lucht
als de druk
wordt gelicht
ben je opgelucht