dat het pijpenstelen giet deert me niet daar waar ik ben is alles goed en wel niemand hoeft iets te veranderen ik ben aan het woordwandelen
zoete lade
wij vechten nooit in de zoete lade jij krijgt de noten ik de chocolade
hitte
als natte waslappen voor boven en onder liggen we slap naast elkaar zonder raakvlak
nietszeggend
na elke vraag van jou neemt mijn antwoord me in stilte op sleeptouw en verdwijn ik nietszeggend op wereldreis naar een ver oord
tussen de buien door
tussen de buien door lap ik de ramen en ook alle andere do's en don'ts aan m'n laars
niet hier
ik denk dus ik ben niet hier
ik dans
de lichten gedoofd de muziek luid zweet parelt op m'n huid ik dans en paradeer het publiek stuwt me over en weer ik schreeuw vanbinnen Say my name wat een fame mijn optreden met Florence en haar machine is net echt naast m'n aanrecht
omheining
hitte in m'n hoofd muziekgolven van Souad Massi mijn voeten als leer gelooid m'n wangen als de Atlas geplooid rond m'n ogen zwarte Kohl de enige omheining ik ben m'n eigen reisbestemming
in vorm
ik ben in vorm vanuit m'n ligzetel het schijfje citroen uit mijn mojito als een discus weggeworpen toch wel 2 meter ver en mijn schouder haast uit de kom
uit de verte
het gat proberen we met verzen uit de verte te dichten
