ik ben wie tegen je schreeuwt zonder geluid wie met je zingt ook al ben je er niet meer op de vlucht is als in een film ik ben duizend mensen ik ben wie jou wegjaagt zonder woorden wie je zoekt in een hotel met teveel kamers ergens verwacht wordt en toch blijft zitten ik ben duizend mensen ik ben wie jou in de ogen kijkt zonder schaamte wie een deur opent naar nergens en overal zich naast je neervlijt ik ben duizend mensen in m’n dromen
lankmoedig
de natuur is lankmoedig vol geduld en gewillig om mij te laten leven lang en moedig nadat ik geen leven meer kan geven opdat ik jou over het leven zou vertellen
kintsugi
kintsugi Japans voor goudpoeder op de barsten de brokken van het verhaal glansrijk verbonden alle delen van het geheel geen mens volledig zonder kindsugi
overgang
tussen het einde van het vorige en het begin van de rest vernis ik ijverig de overloop overgang waar voor even enkel ik over mag scheiding in matglans tussen vóór en na spieren in een kramp m’n gedachten de vrije loop
de kern
muze met een beetje goeie wil de kern van a-muse-ment
opzij opzij opzij
ik heb tijd zeg je maar wat als ik er plots niet meer ben als m’n woorden verdwijnen door Alzheimer of afasie of als de planeet Melancholia die vervaarlijk aan de horizon rijst met de aarde botst opzij opzij opzij maak plaats maak plaats maak plaats ik heb een ongelooflijke haast
Koningin Maria Hendrikaplein
als mieren friemelen we over het Koningin Maria Hendrikaplein snijden elkaar de pas af kijken op noch om bedrijvig door elkaar gericht op een hoger doel voeden we elk een grote gedachte ieder z’n koningin
soesje
tijd moet ik nemen om m’n zinnen van alledag helder te formuleren en als het niet lukt me uit te drukken zoals slagroom uit een spuitzak in een soesje licht en luchtig dan mijn snedige toon temmen die jou de mond snoert uit woede me niet begrepen te voelen voor eeuwig en al- tijd
ga
ga waar je heen wil afstand is niets als je bent waar je zijn wil jouw geluk is het mijne mijn hart stelt zich zo groot op dat m’n maag ineenkrimpt
wat onvolledig is
je complimenten kan ik niet goed horen nauwelijks toelaten nochtans complementeren ze wat onvolledig is maken ze heel wat half is misschien als ik ze opschrijf geloof ik ze wel
