wat niet van haar is

daar gaat ze
in de verte
en verdwijnt
achter het begin
van wat niet eindigt
ze wuift weg
wat niet van haar is
verlicht kijkt ze uit
naar zonder gemis

verdekt staande

het is zo'n ochtend
waarop ik hoop
met elke veeg
de bedding
van weggetikte uren
laag na laag
te vullen
de donkere rand
van m'n kijk
op de dingen
met wat kleur 
te verhullen
zo hou ik me
verdekt staande
terwijl ik alleen maar
wil gaan liggen

een beetje

ooit stierf ik
een beetje
sindsdien
was ik bang
maar toen
m'n sterfdag kwam
zat ik naast jou
in de zon
en hoopte
dat alles
nog maar begon

GSM – GedichtenSchrijfMobieltje

een gat in de werkelijkheid
van vijf bij tien
waardoor ik alles
anders kan zien
ik steel
tussen de soep
en de patatten
in de file
op m'n savatten
met wijsvinger en duim
benoem ik de dingen
nieuw
volgens mijn luim

als op mijn vraag

de sneeuw bedekt
laag na laag
geur en kleur
als op mijn vraag
dempt ze traag
elk geluid
zacht neuriënd
lokken de vlokken
dwarrelend
op hun wiegelied
en spreiden
een bed van watte
voor me uit

smal denken

soms schuil ik
in kieren en spleten
en hoop ik dat
smal denken
zal helpen tegen
grote golven van
breed voelen
die overspoelen